Gaat het om de weg of om het doel?

Eén van mijn uitdagingen in het ouderschap is om mijn kind het tempo te laten bepalen. Dat geldt voor zo ongeveer alles. Ik begrijp dat het goed voor hem is om stil te staan bij dingen, maar voor mij is niets nieuw meer. Ik ben ook eigenlijk erg ongeduldig. Dus vraag ik mezelf regelmatig af of het om de weg gaat of om het doel van de reis.

Lopen

Mijn mini houdt niet van lopen. Ikzelf ben ook geen fan, trouwens. We hebben heus wel gestimuleerd en geprobeerd om hem zo vroeg mogelijk, zo veel mogelijk zelf te laten lopen. Maar dat duuuuuuuurt zo lang. Er zijn best een flink aantal momenten geweest waar we gewoonweg geen tijd hadden om maar te wachten op een kind dat nogal de tijd neemt voor het zich voortbewegen.

Het doel

Herken je dat? Je wilt op tijd ergens zijn en moet je kind onderweg meenemen. Jij moet naar je werk, je hebt om kwart over negen een belangrijke afspraak, je baby heeft over je heen gespuugd en je peuter wil niet doorlopen naar het kinderdagverblijf.

Nou heb ik nooit een baby en peuter tegelijk gehad (ik heb maar 1 mini en dat is al erg genoeg), maar het getreuzel van een peuter (of kleuter) kan ik me levendig voorstellen. Dat heb ik vanmorgen alweer meegemaakt.

Soms gaat het gewoon om het doel: op tijd zijn voor een afspraak, op tijd zijn voor school, naar de winkel om eten te halen, want ik heb nu honger.

Mij lijkt het geheel redelijk om in die gevallen je kindje aan te sporen even door te lopen, niet teveel te treuzelen en hem (of haar), eventueel te dragen.

De weg

En toch… Er zijn van die momenten dat het allemaal niet om een doel gaat. Bijvoorbeeld als ik op zaterdagmiddag vind dat we naar buiten moeten. Dan is er helemaal geen reden om ergens naartoe te gaan. Ja, misschien hebben we binnen gezegd dat we naar het bos gaan, maar het maakt eigenlijk helemaal niet uit of we daar aankomen of niet.

Ik probeer me op die momenten, spaarzaam als ze zijn, wél te laten leiden door mijn mini. Dan mag hij bepalen waar we heen gaan, wat we gaan doen en hoeveel lieveheersbeestjes we onderweg bekijken.

Ik faal

Het lukt lang niet altijd. Vooral op zaterdagochtend, als ik nog met mijn hoofd in een (te) drukke werkweek zit, wil ik gewoon dat mijn mini niet treuzelt. Als hij zegt dat hij naar het speeltuintje wil… Nou, schiet dan op! Zo komen we er toch nooit!

Het probleem is dan natuurlijk dat we nog minder opschieten en dat als we in het speeltuintje aankomen, de sfeer niet meer leuk is. Daar willen we dan snel weer weg en zo hebben we dan niets te doen in de verplichte twee uur die we nog buiten moeten blijven. (We hebben geen tuin, dus hebben we verplichte tijden waarop we buiten moeten zijn per dag.)

Je kind draagt de lasten

Natuurlijk draagt mijn mini de last van mijn ongeduldigheid. Ik doe ongezellig tegen hem, raak geïrriteerd door, nou ja, alles. Daarnaast is hij ook sneller teleurgesteld als we een keer een doel niet bereiken. Gaan we weg naar het bos en komen we in een speeltuin terecht, dan moet hij enorm huilen, want we zouden toch naar de speeltuin gaan?

Dat gebrek aan flexibiliteit is zowel aangeleerd door mijn ongeduldigheid, als een karaktereigenschap van onze specifieke mini.

Gedrevenheid

Toch is het niet alleen slecht om zo af en toe eens op te schieten en op tijd te zijn. Mijn drang om altijd naar een doel toe te moeten zorgt er wel voor dat ik ambitieus en gedreven in mijn carrière ben. Ik bijt me ergens in vast, en laat niet meer los tot het klaar is. Dat doorzettingsvermogen kweek je niet door altijd maar te treuzelen, je eigen tempo te bepalen en nooit gefocust te zijn op het doel van je reis.

Verwondering

Aan de andere kant is het veel moeilijker om je te verwonderen, als je nooit de tijd neemt om stil te staan. Om je leven gelukkig te leven is het ook belangrijk om zo af en toe ergens verwondert over te zijn, om iets nieuws te zien en om te genieten van het moment. Heel mindful, dus.

En voor sommige dingen is het eigenlijk logisch dat hij zijn eigen tijd neemt: in bad gaan, eten, op de wc zitten, lopen…

Compromis

Uiteindelijk is wat wij doen een compromis. We nemen, waar dat kan, de tijd om stil te staan bij de weg die we nemen. Dan kijken we naar takjes, blaadjes, nieuwe knoppen, sneeuwklokjes, slakken, stenen en al het andere moois dat er onderweg in de natuur te zien is. We verwonderen ons dan samen met ons kind hierover. Ik zeg hier bewust ‘we’, want mijn partner is hier duidelijk beter in dan ik alleen. Bovendien zijn we in onze spaarzame vrije tijd meestal samen met de mini.

Op de momenten dat er een duidelijk doel voor onze reis is (winkelen, naar school, naar een afspraak), help ik mijn mini om zich voor te bereiden op een wereld waar je vaak al te laat bent als je op tijd bent. Ook dat hoort bij de opvoeding, denk ik. Tijdsdruk is een reëel ding en ik vind het een fijn idee als ik er nu ben om hem te leren met die druk om te gaan. Mijn hoop is dat hij prestaties en doelen halen straks ook als een bevredigend iets gaat zien.

Dilemma

Toch blijft dit een innerlijk conflict. Iedere keer dat ik ongeduldig wordt, vind ik dat een slechte eigenschap. Tegelijkertijd weet ik dat deze eigenschap mij wel in het leven brengt waar ik wil zijn.

Ik heb ongetwijfeld nog een lange weg te gaan met dit dilemma. Moet het ooit gaan om het doel van de reis? Of altijd over de weg? Maar het is juist ook goed om doelen te stellen en daar actief naartoe te werken.

Ik ga ervan uit dat ik fouten zal maken, maar ik wou dat ik in ieder geval wist wat de weg zou zijn.

En jij? Laat jij je kind het tempo geheel bepalen? Of stel je ook vaak een doel? Zou het kunnen, om helemaal geen doelen te stellen? En zou dat een goed idee zijn?

The following two tabs change content below.
Marianne Cysouw
mama | groepsleidster | wetenschapper | eigenaar Authentiek Ouder | gezin met partner, mini en poes
Marianne Cysouw

Laatste berichten van Marianne Cysouw (toon alles)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *