Rapley en toch voeren – praktisch omgaan met een theorie

Als je je door de berg ‘regels’ over eten hebt heengewerkt, kun je een eigen mening vormen. Hier vertel ik hoe wij omgingen met Rapley, waarom wij dit kozen en wat wij er zo prettig aan vonden. Maar ook hoe wij afweken van ‘puur’ Rapley.

Mengelmoesje

Persoonlijk kozen wij voor en enorme mengelmoes van stijlen en richtlijnen. Net wat er voor ons goed uitkwam. Toen onze mini klein was, was de richtlijn vanuit het consultatiebureau ook nog 6 maanden als start van de bijvoeding. Pas recentelijk is dat weer naar 4 maanden gezet.

In het begin ging de borstvoeding heel goed, dus er was geen reden daarmee te stoppen. Vooral ook omdat borstvoeding gewoon goedkoper is. Ik maakte het mezelf dus makkelijk, om zo lang mogelijk te kunnen borstvoeden.

Vanaf 6 maanden

Wij waren heel blij met pas beginnen met bijvoeden rond 6 maanden. Ik hoor nog de kindjes op het kinderdagverblijf half stikken in met een lepel ingegoten perendrab, omdat ze nog in een wipstoeltje liggen en niet rechtop zitten. Dat was ook de reden dat Rapley ons erg aansprak: eerst zitten, dan zelf dingen in je mond stoppen.

Als bijkomend voordeel, kun je met Rapley gewoon allemaal tegelijk eten. Je hoeft niet eerst je kind te voeren, alvorens je eigen koud geworden eten te eten. Daar was ik ook echt te hongerig voor.

Geen babyvoer

Ook het niet hoeven maken van babyhapjes was een enorme opluchting. We hebben heus wel eens een potje babyvoeding uit de winkel geprobeerd, maar die keurde onze mini steevast af. Als wij dan zelf een hap namen, wisten we ook waarom. Het is niet lekker. Wat je ook neemt, er zit een soort verbrand smaakje aan en dat is gewoon vies.

Dus kookten we zelf gewoon zonder zout en kreeg de mini min of meer wat wij aten. Zolang ik nog borstvoeding gaf, vond ik alle eten lekker, dus voor mij maakte het ook niet uit. Als we zelf zin hadden in iets pittigs of sauzigs, kreeg onze mini dat ‘deconstructed’. Daar heeft hij nog steeds een grote voorliefde voor, trouwens. Bijvoorbeeld als we lasagne eten.

Borstvoeding

Ik vond het zelf ook prettig dat de mini in het begin niet zo heel veel at en nog behoorlijk bij mama dronk. Dan weet je zeker dat je je geen zorgen hoeft te maken over wat hij binnen krijgt, want alles wat hij nodig heeft zit erin.

Overigens, tot ongeveer 12 maanden heeft een kind niet per se bijvoeding nodig, zolang er voldoende melk van goede kwaliteit tot zijn beschikking is. Als je dat weet, kun je vrij relaxed omgaan met wel en niet eten, wat (zo zeggen de Rapley mensen) kinderen weer wat minder kieskeurig maakt op de lange duur.

Te moe? Bijvoeren

Toch merkten we op een gegeven moment dat de mini gewoon te moe was om nog zelf meer eten in zijn mond te schuiven, maar echt nog niet klaar was met hongerig zijn. Op die momenten prakten of pureerden we wat hij over had en lepelden het zijn mond in. We voerden dus wel, ondanks dat we Rapley deden. (Bijvoorbeeld als we de Pangasius-stamppot aten.)

Voeren: 2 manieren

Heel kort over lepelen: er zijn dus 2 manieren om eten je mini in te krijgen met een lepel. De eerste is wat je geneigd bent te doen: de lepel naar de mond brengen. De tweede manier is het kind zijn hoofd naar de lepel laten bewegen. Als het lukt, raadt ik sterk de tweede manier aan; zo houdt je mini wel zelf controle over wat er in zijn mond gaat.

Toch, omdat hij het grootste deel van de tijd zelf at, hoefden wij bijna niet te voeren. Ik merk dat ik dat persoonlijk fijn vindt, omdat ik gewoon niet het geduld heb om een kind te gaan zitten voeren. Je neigt dan ook sneller naar een kind eerst eten geven en dan pas samen echt eten. Wat me dan weer niet zo handig lijkt voor de ontwikkeling van gezonde gewoonten.

Je eigen manier

Uiteindelijk hebben wij bijna geheel onze eigen manier gevonden. Ik denk dat dat ook de sleutel is: het zoeken van je eigen weg, naar dingen die bij jouw gezin passen. Maar ik ben wel nieuwsgierig naar jullie weg!

Hoe doen jullie het? Is dat anders dan je van tevoren had gedacht?

The following two tabs change content below.
Marianne Cysouw
mama | groepsleidster | wetenschapper | eigenaar Authentiek Ouder | gezin met partner, mini en poes
Marianne Cysouw

Laatste berichten van Marianne Cysouw (toon alles)

2 gedachten over “Rapley en toch voeren – praktisch omgaan met een theorie”

  1. Het is ons nog nooit gelukt om onze dochter te voeren. Iets in haar mond proberen te stoppen leidt zonder uitzondering op wild nee schudden, boos afpakken en andere tantrums. En eigenlijk is dat best wel een gezonde reactie denk ik. [Ik wil het niet zwaarder maken dan het is, maar ooit, als ze helemaal een compleet individu is, staat iets tegen haar zin bij haar naar binnen werken gelijk aan een strafbaar feit, dus als ze daar nu al zo over denkt: more power to her! Hoef ik dat haar tenminste niet meer te leren.]

    Anyway, voeren was geen optie dus. Maar om nu te zeggen dat Rapley heeft geleid tot een voorbeeldig etend kind nu met 17 maanden… We merken dat we het haar steeds gemakkelijk willen maken, om er maar voor te zorgen dat ze eet. ‘Oh, wil je geen courgette vanavond? Nou, hier heb je een banaan. Geen zin in rijst dit keer? Hier is een soepstengel. Kom, ik snijd het wel allemaal in stukjes voor je. Etc etc etc.’ Het werd steeds erger en ze werd steeds meer een schreeuwerige diva aan tafel. Als een om een worm krijsend vogeltje. Dit weekend subiet (mooi woord) mee gestopt. Ze eet vanaf nu wat de pot schaft. Altijd. No exceptions. En daar doet ze het maar mooi mee. En zowaar, ze eet ineens gewoon haar bord leeg…

    Moraal van het verhaal: wil je Rapley doen, maar heb je een diva-kind? Ga niet (te ver) mee in de grillen en houd voet bij stuk. Het wordt er snel een stuk leuker van aan tafel (is onze ervaring).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *